woensdag 5 februari 2014

Verwarring

De afgelopen weken zijn als een razende voorbij gegaan. Stond de wereld in eerste instantie nog compleet stil toen ik de negatieve test in handen had, daarna stopte de sneltrein niet meer. Ik was ergens opgesprongen en wist niet meer goed hoe er af te stappen. Ik voelde me verdrietig, enorm verdrietig. En eenzaam. Wat is dat toch een naar gevoel dat niemand zou mogen voelen. Eenzaamheid is naar.

Ondanks alle steun van de mensen om me heen, zowel privĂ© als collega's op het werk, niemand kon me echt troosten. En nog steeds niet. Het verdriet zit diep en als het komt dan voel ik me er letterlijk door overspoeld. Ik merk dat ik op die momenten mijn hoofd buig, dat mijn schouders naar voren gaan hangen en het lijkt alsof er iets van achter over me heen walst. En ook van binnenuit borrelt het. Een gevoel vanuit mijn buik. Het komt op en laat een diep gat achter. En dan zit ik daar. Gebroken. 

En toch zijn er ook mooie dingen gaande. Wat ik dan weer enorm ingewikkeld vind. Want ik ben verdrietig en ik rouw om het niet kunnen vervullen van mijn kinderwens. En daar horen blije gevoelens niet bij. En toch zijn ze er.
Ik voel opluchting dat het traject voorbij is. Dat ik geen hormonen meer hoef te spuiten. Dat ik niet meer naar het ziekenhuis hoef voor echo's. Niet meer steeds die kleine spannende stapjes die het ivf-traject nu eenmaal inhoudt. Heb je het ene stapje genomen, dan staat de volgende alweer voor je klaar. Heb je de ene hobbel gehad, dan komt die ander er direct achteraan. 
Maar wat me het meest in verwarring brengt is het gevoel dat ik weer een toekomst heb gekregen. Terwijl ik dacht dat het leven na het niet vervullen van mijn kinderwens, zou stil staan. Want in mijn toekomst hoort een kindje, een lief klein kindje van mij. Die ik zou dragen, baren, lief hebben, beschermen en groot zou brengen. En die toekomst komt er niet. 
Maar ineens is er een andere toekomst. Eentje die ik heel lang niet heb kunnen zien, die ik heb afgehouden. Niet aan mij besteed. Ik was druk bezig om moeder te worden. En ineens gaan er deuren open om een andere toekomst binnen te laten. Ik weet niet zo goed wat ik er mee moet, kan, wil. Heel voorzichtig, maar wel als een olifant in porseleinkast, stap ik de wereld van het daten binnen. Mannen, leuke mannen, interessante mannen. Ineens kom ik met ze in contact en vind ik het nog leuk ook! En vinden ze mij ook leuk. Nou ja zeg! En dan doe ik op z'n Merels, vol er in gaan. Met mijn hele zijn stap ik er in en ga mee. En vergeet mijn verdriet. Niet echt natuurlijk, maar even voor een weekje gewoon op volle kracht vooruit en leuke dingen doen. 

Maandag kwam ik weer even tot stilstand. Het gesprek met de counselor. Ik keek er naar uit en zag er ontzettend tegenop. Het gesprek dat ik nooit met haar had willen voeren is nu toch daar. Het gespreksonderwerp wat ik niet wil bespreken. Hoe ga ik dit een plekje geven? Hoe ga ik mijn verdriet handelen?
Een uur lang heb ik gehuild, vragen gesteld, hulp gevraagd en me machteloos gevoeld. Ik wil dit niet voelen. Ik wil niet rouwen. Ik wil niet ongewenst kinderloos zijn. Waarom moet ik dit doormaken? Waarom mag ik geen mama worden? 
Ze reikt me een helpende, troostende hand. Laat me praten, geeft antwoorden, laat me nadenken. En geeft handvatten hier mee om te gaan. En zegt dat ze het zo verdrietig voor me vindt. En dat is het. Zo verdrietig. 
Maar ik ga dit aanpakken. Ik ga mijn rouwproces aan. Het moet. Ik wil niet maar ik wil wel. Ik neem er de tijd voor. Ga er bewust voor zitten. En rouw. 
En daarnaast geniet ik. Van alles om me heen. Mijn lieve vriendinnen die er voor me zijn. Die naar me luisteren. Van de leuke man die mij schijnbaar ook leuk vindt. Van een soort van vrijheid die ik heb gekregen. Van mijn collega's die zo ontzettend lief voor me zijn en met me meeleven. Soms zelfs meehuilen. Mijn ouders die op hun manier met me meeleven en er voor me willen zijn. 

Ik ben een gezegend mens met alles wat ik wel heb. En ik hoop dat ik mijn kinderwens daar straks bij kan zetten. Dat ik dat een plekje heb gegeven en kan zeggen dat ik mij er rijker door ben gaan voelen. Dat ik ben gegroeid van dit immense verdriet. Maar nu nog even niet. Nu doet het alleen nog verdomd veel pijn. En spring ik gewoon weer even op de trein om niet steeds die pijn te hoeven voelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen